Nu doneren
<- terug naar overzicht

Trainen, trainen en nog eens trainen - Het verhaal van Penny

Werken aan een strak, soepel en sterk lijf is altijd belangrijk geweest voor mij. Leuk of niet, als zangeres sta je constant in de schijnwerpers en dan wil je er piekfijn uitzien. Het is in de muziekindustrie bijna een voorwaarde voor succes. Kijk maar naar de videoclips van de idolen van vandaag: een strak en sexy lijf ‘verkoopt’ bijna net zo goed als de stem die daaruit komt. Dat ik nog maar één been heb, heeft in dat opzicht niets veranderd. Ik blijf een ijdeltuit die er gewoon goed uit wil zien. En dat betekent: trainen, trainen en nog eens trainen. Twee keer zo hard als voorheen.

Natuurlijk kan ik (nog) niet rennen met mijn prothese. Daarom ben ik vaker in de sportschool te vinden en ziet mijn huis er uit als een filiaal daarvan. Stoelen, tafels, trapleuningen, zware boeken, het aanrechtblad; alles is in gebruik om mijn gestel en spieren te sterken. Elke dag. Zo blijf ik in conditie en houd ik mijn gewicht op peil nu ik niet meer zo beweeglijk ben als voorheen. Maar vooral helpt het me om sterker en zelfverzekerder te worden. Mensen verklaarden me voor gek toen ik net na het ongeluk al push-ups deed, toen ik al met mijn tijdelijke prothese wilde rennen. Maar ik wilde mezelf en de wereld vanaf dag één laten zien dat er niets veranderd was; dat ik het gemis van mijn been niet zou toestaan om mijn ambities en mijn leven van koers te laten veranderen. Natuurlijk was ik even van streek toen ik mezelf voor het eerst in de spiegel zag met dat koude en levenloze ding op de plek waar eens mijn rechterbeen zat. Maar als ik weer op de bühne wilde staan, moest ik snel gaan werken aan herstel. En dat deed ik.

De eerste keer dat ik naar de sportschool ging na mijn ongeluk, was dat op ‘anderhalf been’. De tijdelijke prothese had ik thuis gelaten en ik liep zelfverzekerd, in shorts en met een big smile naar binnen. Alle monden vielen open. De eigenaresse van de sportschool vond me zo dapper en stoer dat ze me een gratis abonnement aanbood. Terwijl ik onbeperkt kan sporten, verkreeg zij een mascotte, een rolmodel voor andere sporters. 

Door te sporten, leer ik ook mijn nieuwe been beter kennen en geef ik die langzaam een eigen rol. In het begin had ik de neiging om mijn prothese te negeren. Ik vertrouwde er niet op, hij deed niet wat ik wilde, wanneer ik het wilde. Het was geen deel van mij. Dus deed mijn linkerbeen al het werk, met gevaar voor overbelasting. Van de makers van mijn prothese – RehabLine en Össur – leerde ik hoe ik mijn gewicht moest verdelen over beide benen, hoe ik mijn rechterbeen langzaam meer verantwoordelijkheid moest geven. Maar vooral dat ik er op moest leren vertrouwen. Dat is echt het sleutelwoord geweest: vertrouwen. Nu ik dat geleerd heb, is er een wereld voor me open gegaan. Ik heb leren fietsen en paardrijden en voel me weer een volledig mens met vier volwaardige ledematen.